Certificering en keurmerken
Home Over biobased Certificering en keurmerken

Certificering en keurmerken

1. Waarom keurmerken gebruiken?

Duurzaamheidscertificaten en labels (keurmerken) kunnen overheden helpen om hun eisen inzake biobased producten in hun publieke aanbestedingen vast te stellen.

Onder de nieuwe EU-richtlijnen voor overheidsopdrachten (2014) hebben aanbestedende diensten de mogelijkheid om labels te gebruiken als informatiebron voor het definiëren van technische specificaties, om de naleving van technische specificaties / eisen vast te stellen of bij de beoordeling van de gunningscriteria. Bij het vaststellen van de naleving van de eisen die in een inkoopprocedure zijn gesteld, kan een label door een inkoper als bewijs van naleving van technische specificaties geaccepteerd worden, waardoor er tijd bespaard wordt en er tegelijkertijd de zekerheid is dat er in de inkoop procedures hoge milieunormen worden toegepast.

2. Hoe kan ik als publiek inkoper gebruik maken van labels?

In de nieuwe EU-richtlijnen voor overheidsopdrachten (2014) worden strikte voorwaarden gesteld voor het gebruik van labels in de technische specificaties van een contract, de gunningscriteria of in de contracteisen. Er zijn strikte voorwaarden verbonden aan de eisen van een label. U kunt geen label verplicht stellen dat eisen stelt aan vraagstukken die niet relevant zijn voor de taak, zoals eisen aan het algemene bedrijfsbeleid. In zo'n geval kunt u de technische specificaties nog steeds vaststellen aan de hand van de gedetailleerde specificaties van dat label of onderdelen daarvan die wel betrekking hebben op het onderwerp van het contract. Het label kan dan als bewijsmateriaal gebruikt worden om vast te stellen dat de inschrijver voldoet aan de vereiste specificaties.

Voorwaarden voor het gebruik van labels

Vereisten voor labels:

  • Toepasselijkheid. Alle eisen moeten overeenstemmen met het onderwerp van het contract;
  • Het moet gebaseerd zijn op objectief verifieerbare en non-discriminatoire criteria;
  • Ze moeten vastgesteld worden door een derde partij waarover de economisch belanghebbende die het label aanvraagt geen beslissende invloed uitoefent.

Het label moet:

  • vastgesteld worden in een open en transparant proces naar alle belanghebbende partijen; [1]
  • toegankelijk zijn voor alle geïnteresseerde partijen.

U dient rekening te houden met:

  • de vraag of het voorschrijven van een label in verhouding staat tot de gemaakte tijd, moeite en kosten. Het verkrijgen van een keurmerk geeft administratieve lasten voor ondernemers en brengt soms aanzienlijke kosten met zich mee;
  • de vraag of het voorschrijven van een label geen hindernissen opwerpt voor innovatie.

U bent verplicht:

  • om vergelijkbare labels te accepteren;
om andere passende bewijsmiddelen te accepteren (zoals een technisch dossier waaruit blijkt dat de inschrijver voldoet aan de gestelde eisen), wanneer een ondernemer
  1. kan aantonen dat hij niet de gelegenheid heeft gekregen om het specifieke label of een gelijkwaardig certificaat te verwerven binnen de door de aanbestedende dienst vermelde termijnen om redenen die hem niet kunnen worden aangerekend en
  2. kan aantonen dat de te leveren werkzaamheden, leveringen of diensten voldoen aan de eisen van het specifieke label of de specifieke eisen die door de aanbestedende dienst zijn gespecificeerd.

Verdere details over de eisen die gesteld worden aan het gebruik van labels bij aanbestedingen zijn te vinden in de Richtlijnen zelf en in de nieuwste publicatie van de Europese Commissie over groen inkopen: het Buying Green! Handbook – de derde editie is gepubliceerd in april 2016.


[1] Aan deze voorwaarde wordt meestal voldaan door ISO Type I labels maar niet door de private certificatie zoals vermeld in Sectie 2 (Voor verdere uitleg over de verschillende typen labels zie ook voetnoot 2).

3. Belangrijke labels

Hieronder vindt u een (niet-uitputtende) lijst van verschillende labels, certificeringsschema's en standaarden die bij de aankoop van biobased producten of diensten kunnen worden overwogen.

3.1 Meervoudige ecolabels die biobased producten specificeren

In Europa bestaan er drie meervoudige ecolabels van het type I - ISO 14024: het 'EU Ecolabel', het 'Nordic Ecolabel' en het Ecolabel van 'der Blaue Engel'. Specifieke productcategorieën waaronder biobased producten die onder deze labels vallen zijn smeermiddelen, verzorgingsartikelen, levensmiddelenverpakkingen en kantoorartikelen.

ISO maakt onderscheid tussen ecolabels van het Type I, II en III, waarvan Type I het sterkste is. Het zijn vrijwillige, op meerdere criteria gebaseerde programma's van derde partijen die een vergunning toekennen voor het gebruik van milieukeurlabels op producten waarmee aangegeven wordt dat het product op basis van ecologische overwegingen verkiesbaar is binnen de specifieke productcategorie op basis van levenscyclusoverwegingen. Labels van het Type II zijn zelfcertificeringen en labels van het Type III stellen geen drempelwaarden in en doen geen uitspraak over de ecologische verkiesbaarheid van het product.

Meervoudige ecolabels

EU Ecolabel ("The Flower"):

  • Smeermiddelen: Smeermiddelen die het EU Ecolabel verkrijgen moeten aantonen dat ze bestaan uit een minimum van >45% en >70% biobased koolstof (afhankelijk van het type smeermiddel) . Meer informatie vindt u hier.

Nordic Ecolabel ("Nordic Swan"):

  • Verzorgingsartikelen: Deze productgroep omvat onder andere biobased materialen in de vorm van fluffpulp en biobased polymeren. Het materiaal dient te bestaan uit óf een aandeel van 7% van alle polymeren uit hernieuwbare grondstoffen, óf een aandeel van 50% dat voortkomt uit hernieuwbare grondstoffen óf de bijdrage aan het broeikaseffect van de producten mag niet uitkomen boven een verhouding van 2,1 kg CO2-/per kilogram van het product. Meer informatie vindt u hier.
  • Voedingsmiddelenverpakkingen: Een minimum gewichtspercentage van 90% van het product moet geproduceerd worden op basis van hernieuwbare grondstoffen (met uitzondering van anorganische vulmaterialen die tot 20% van het product kunnen uitmaken.). Meer informatie vindt u hier.

Blauwe Engel ("Der Blaue Engel”):

  • Kantoorartikelen (schrijfmaterialen en stempels): De in 2016 gereviseerde criteria voor deze producten houden onder meer de voorwaarde in dat zij gemaakt dienen te zijn van of 60% hernieuwbare grondstoffen of van 80% gerecyclede materialen. Meer informatie vindt u hier (in het Duits).

3.2 Private certificaten van derde partijen (enkelvoudige labels)

3.2.1 Duurzame grondstoffen

De teelt van hernieuwbare bronnen (meestal uit bosbouw en landbouw, soms uit mariene aquacultuur) heeft een grote invloed op de duurzaamheid van de uiteindelijke biobased producten. Door het beleid van de EU inzake hernieuwbare energie hebben verscheidene certificerende instanties certificeringsschema's ontwikkeld voor agrarische biomassa die voldoen aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in de EU-richtlijn 2009 inzake duurzame energie, de Renewable Energy Directive (RED). Sommigen van hen hebben hun schema's nu aangepast op een manier die ook van toepassing kan zijn op materialen, niet alleen op energie. Voor hout zijn duurzaamheidscertificaten reeds ontwikkeld voor het beleid inzake hernieuwbare energie vanwege zorgen over de onhoudbare bosbouwpraktijken in vele delen van de wereld.

Een rapport van het WNF uit 2013, waarin verschillende certificeringsystemen beoordeeld worden, de strengheid vergeleken wordt, etc., is hier beschikbaar. Sindsdien hebben de certificeringssystemen zich verder ontwikkeld. Volgens het WNF rapport uit 2013 was RSB het beste certificeringssysteem voor allerlei soort biomassa en RSPO en RTRS kregen de beste beoordeling voor afzonderlijke typen biomassa (respectievelijk soja en palmolie). Bonsucro deed het bijna net zo goed.

Certificeringsystemen voor duurzame biomassa

Hout

Agrarische biomassa

3.2.2 biobased gehalte

Bestaande certificering van het biobased gehalte verwijst naar het biobased koolstofgehalte en is gebaseerd op de Europese norm EN 16785-1 ("Bio-based producten - Bio-based gehalte - Deel 1 - Bepaling van het bio-based gehalte met gebruik van koolstofdatering en elementenanalyse") of de Amerikaanse standaard ASTM 6866 (“Standard Test Methods for Determining the Biobased Content of Solid, Liquid, and Gaseous Samples Using Radiocarbon Analysis”, "Standaard Testmethoden voor het Bepalen van het Biobased Gehalte van Vaste, Vloeibare en Gasvormige Monsters met Behulp van Radiocarbonanalyse"), maar verwijst ook naar CEN TS 16137 “Plastics – Determination of biobased carbon content” ("Kunststoffen - Bepaling van het biobased koolstofgehalte").

Certificeringsystemen voor biobased gehalte

Hieronder staan de certificeringsschema's die in Europa gebruikt worden om het biobased gehalte aan te tonen:

3.2.3 Opties bij einde levensduur

Er is een aantal certificeringen en labels die speciale aandacht besteden aan de opties bij het einde van de levensduur van biobased producten, zoals compostabiliteit, biologische afbreekbaarheid in de bodem, biologische afbreekbaarheid in zeewater, enz. (Voor een toelichting op deze begrippen, zie de InnProBio Factsheet #3 over biologische afbreekbaarheid.

Hieronder vindt u de drie meest gebruikte certificeringen die in Europa worden gebruikt om de naleving van de compostabiliteitsnorm EN 13432 te bewijzen.

Certificeringsystemen voor biologische afbreekbaarheid

Industriële compostabiliteit

Voor een overzicht van alle wereldwijd beschikbare labels voor compostabiliteit, zie een beknopt rapport van het KBBPPS project (Knowledge Based Bio-based Products’ Pre-standardization) over compostabiliteitsnormen.

Thuiscompostabiliteit

Biologische afbreekbaarheid in de bodem

Biologische afbreekbaarheid in zeewater


Certificering en keurmerken